Fiscale eindejaarsoptimalisaties voor uw vennootschap anno 2020

Geraldine Simoens   |  

Geraldine Simoens

Geraldine Simoens

Geraldine maakt deel uit van het Tax & Legal team.

Meer van deze auteur
View all Posts

Heeft u alle fiscale eindejaarsoptimalisaties voor uw vennootschap in acht genomen gelet op de nieuwe maatregelen anno 2020? Het is nog niet te laat!

Met het nieuwe jaar 2020 in het vooruitzicht zal ook de Belgische fiscaliteit niet blijven stilstaan. Door de inwerkingtreding van de hervorming van de vennootschapsbelasting heeft het Belgische fiscale landschap de voorbije jaren reeds een hele resem veranderingen ondergaan. In 2020 zal de tweede fase van het zomerakkoord in voege treden.

Hieronder vindt u een niet-exhaustief overzicht van belangrijke wijzigingen die interessant kunnen zijn met het oog op fiscale eindejaarsoptimalisatie enerzijds en toekomstige strategische beslissingen voor de vennootschap met het oog op het inkomstenjaar 2020 anderzijds. In deze bijdrage wordt ook getracht enkele concrete tips mee te geven. Voor dit schrijven is het uitgangspunt dat het desbetreffende boekjaar samenvalt met het kalenderjaar, tenzij specifiek anders vermeld.

Overzicht nieuwe maatregelen anno 2020 en opportuniteiten bij jaarafsluiting

Verdere daling van het tarief

In de eerste plaats zal het basistarief in de vennootschapsbelasting verder dalen naar 25%. Het tarief voor vennootschappen die kwalificeren als ‘kleine’ vennootschap, blijft evenwel 20% (op de eerste schijf van EUR 100.000), het saldo is belastbaar aan het normaal tarief van 25%. De crisisbijdrage wordt volledig afgeschaft.

Tip 1: indien men voornemens is om eerstdaags een investering te doen, kan men deze best nog voor 31 december 2019 uitvoeren.

Tip 2: is er sprake van bestuurdersmandaten? Indien vennootschap A een tantième uitkeert aan vennootschap B, dan zal de aftrekbaarheid voor vennootschap A in 2019 vallen en de belastbaarheid voor vennootschap B in 2020.

Tip 3: om van het verlaagd tarief te kunnen genieten moet aan minstens één bedrijfsleider een bezoldiging uitgekeerd worden van EUR 45.000 (of minimum gelijks aan het belastbaar inkomen van de vennootschap voor dat boekjaar). Ieder type van bezoldiging komt hiervoor in aanmerking.

Mobilisatie van vrijgestelde reserves

Voor aanslagjaren 2021 en 2022 zal men voortaan kunnen opteren om bepaalde belastingvrije reserves spontaan te laten belasten door niet langer te voldoen aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde (al dan niet via een effectieve uitkering). Het gunsttarief bedraagt 15%, maar kan nog verder verlaagd worden tot 10% voor het gedeelte van de opneming die voldoet aan de voorwaarden voor passende investeringen in materiële of immateriële vaste activa die afschrijfbaar zijn.

Merk op dat de belasting niet verminderd kan worden door er enige aftrekken of verrekeningen op toe te passen wat leidt tot een minimale belastbare basis.

Tip 4: een investeringsreserve zal steeds leiden tot belastbaarheid, gezien hier geen aftrekposten op kunnen toegepast worden, en dit aan het gewone tarief van toepassing in de vennootschapsbelasting. Door een opname van de investeringsreserve vanaf aanslagjaar 2021 (en/of aanslagjaar 2022) kan men mogelijks genieten van het verlaagd tarief.

Tip 5: indien er fiscale verliezen worden verwacht in de komende jaren dan zou de fiscale optimalisatie erin bestaan deze af te zetten tegen de belastingvrije reserves. In dat geval is het uiteraard niet zinvol spontaan te laten taxeren. Opgelet: dit geldt niet voor investeringsreserves.

Wijziging afschrijvingsreserves

Het is belangrijk om in het achterhoofd te houden dat degressieve afschrijvingen niet langer mogelijk zullen zijn in de vennootschapsbelasting. Pro-rata temporis afschrijven voor het jaar van de investering wordt voortaan tevens verplicht voor kleine vennootschappen.

Wat betreft de kleine vennootschappen mogen voortaan de kosten bij aankoop ofwel meteen in aftrek genomen worden of ze worden afgeschreven samen met de hoofdinvestering.

Voorgaande wijzigingen zullen echter enkel en alleen van kracht gaan op de activa verkregen of gerealiseerd vanaf 1 januari 2020.

Tip 6: indien het boekjaar eindigt op 31 maart en men investeert op 30 december 2019, dan zal men nog een volledig jaar kunnen afschrijven. Indien men diezelfde investering doet op 1 januari 2020, zal men echter slechts 3/12de  kunnen afschrijven in het boekjaar.

Verdoken meerwinsten en geheime commissielonen

De aanslag geheime commissielonen zal met ingang van 1 januari 2020 niet langer aftrekbaar zijn als beroepskost. Daarenboven zal ook het verlaagde tarief van 51,50% in geval van opname van verdoken meerwinsten in de boekhouding opgeheven worden waardoor deze vanaf 1 januari 2020 tevens onderworpen is aan een tarief van 100%, zonder enige aftrekmogelijkheid.

Autokosten in de vennootschap

Vanaf 1 januari 2020 zal voorzien worden in een nieuwe berekeningsformule voor het berekenen van de fiscale aftrekbaarheid van autokosten, nl. 120% – (0,5% x coëfficiënt x CO2/km), wat globaal gezien zal zorgen voor een verlaagde aftrekbaarheid.

Merk voorts op dat de 120% aftrekregel met betrekking tot de elektrische wagens zal teruggeschroefd worden naar 100%.

Tip 7: boekhoudkundig zal men vanaf 1 januari 2020 alle kosten verbonden aan een welbepaald personenvoertuig afzonderlijk moeten opnemen in de boekhouding, gegeven het feit dat de aftrekbeperking per auto dient berekend te worden. Om de administratieve rompslomp te verminderen, kan het aangeraden zijn een tankkaart toe te wijzen aan een specifieke auto.

Tip 8: indien u de intentie hebt om in de nabije toekomst een voertuig aan te kopen of autokosten zult hebben, raden wij u aan deze nog te doen vóór 31 december 2019.

Beperking aftrek buitenlandse verliezen

In de situatie dat een Belgische vennootschap beschikt over een buitenlandse inrichting, dan kunnen die beroepsverliezen op heden in mindering worden gebracht van de Belgische grondslag.

Deze aftrekmogelijkheid zal vanaf 1 januari 2020 echter ernstig gelimiteerd worden. Dergelijke verrekening zal enkel en alleen nog maar mogelijk zijn indien cumulatief aan volgende voorwaarden is voldaan: (i) moet gaan om definitieve verliezen en (ii) deze moeten gerealiseerd zijn binnen een lidstaat van de EER.

Tip 9: in deze zin kan het dan ook aangewezen zijn om reeds geplande sluitingen van inrichtingen in niet-EER lidstaten door te voeren voor het boekjaar dat start op of na 1 januari 2020 teneinde nog onder de oude regels te vallen.

Verduidelijking begrip ‘marktrente’ en ‘geldlening’

In het welbekende artikel 18 WIB 92 zal de notie “geldlening” vervangen worden door de term “voorschot” en dit om tegen te gaan dat creditinteresten op rekening courant tevens geherkwalificeerd zouden kunnen worden in dividenden.

Voorts wordt het begrip “marktrente” als maximale interestvergoeding voor de creditstand van rekening courant vervangen door een MFI rentevoet (bepaald door de Nationale Bank van België) verhoogd met 2,5%. Specifiek zal aangaande een herkwalificatie van intresten in dividenden voor boekjaar 2020 gekeken dienen te worden naar de MFI rente van november 2019.

Merk tot slot op dat deze nieuwe bepalingen in voege treden op 1 januari 2020 en van toepassing zijn op interesten gerelateerd aan de periodes na 31 december 2019.

Voordeel afschrijving goodwill versus aanleggen liquidatiereserve

Goodwill wordt aan 33% belast (vermeerderd met de gemeentebelasting).

Tip 10: gezien de verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting vanaf 1 januari 2020 en de mogelijkheid om liquidatiereserve aan te leggen, is het aangeraden om – bijvoorbeeld voor een tandarts die zijn eenmanszaak wenst om te zetten naar een vennootschap – een liquidatiereserve aan te leggen en geen goodwill aan te rekenen. Indien men dan de wachttermijn respecteert en men de liquiditeitstest en netto-actief test doorstaat, zal er slechts 15% bevrijdende roerende voorheffing betaald zijn in plaats van 33% (let op: in beide gevallen zal dit na 25% of 20% vennootschapsbelasting zijn vanaf aanslagjaar 2021).

Investeringsaftrek

Vanaf 1 januari 2020 zal de investeringsaftrek opnieuw dalen van 20% naar 8%.

Tip 11: indien u overweegt alsnog een investering te  doen in 2019 om te genieten van de verhoogde investeringsaftrek, raden wij u aan om dit in overweging te doen met de wijzigingen van de afschrijvingsregels en de wijzigingen van het tarief in de vennootschapsbelasting . Opmerking: het toepassen van de investeringsaftrek kan niet o.b.v. een ingebrachte factuur in uw boekhouding. Er dient namelijk een voorschot te zijn betaald (hetgeen afgeschreven mag worden voor datzelfde bedrag), of een levering te hebben plaatsgevonden, of een overdracht van het goed.

Gespreide taxatie

De optimalisatie die vele cijferberoepers toepasten, bestond erin te kiezen voor het stelsel van gespreide taxatie (indien er meerwaarde gerealiseerd werd op een actief dat méér dan vijf jaar voor de uitoefening van de beroepsactiviteit werd gebruikt), waarbij men na vier jaar besloot om niet te herinvesteren en de meerwaarde spontaan te laten belasten.

Tip 12: tot op heden werden er geen intresten aangerekend indien men na vier jaar de meerwaarde spontaan liet belasten. Dit is echter niet langer het geval. Voortaan zullen er altijd nalatigheidsintresten verschuldigd zijn indien er niet meer is voldaan aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde en er dus niet correct werd herbelegd.

VVPRbis

Vanaf 1 januari 2020 zal er een liquiditeitstest en een netto actief test moeten uitgevoerd worden bij de uitkering van liquidatiereserves.

Tip 13: Een vennootschap werd opgericht in 2016, het boekjaar eindigt op 31 december 2016. Door middel van een bijzondere algemene vergadering in 2019 kan men een tussentijds dividend uitkeren m.b.t. de winst van 2018 (of oudere liquidatiereserves gezien de wachttermijn werd uitgezeten). Op deze manier kan men alsnog liquidatiereserve uitkeren waarvoor nog geen liquiditeitstest en netto actief test dient uitgevoerd te worden om over te kunnen gaan tot uitkering.

Mocht u vragen hebben omtrent het bovenstaande, aarzel niet om ons te contacteren.

Vorige

«

Volgende

»