Zijn uw contracten en algemene voorwaarden aan een welzijnsscan toe?

PKF BOFIDI Legal   |  

<< Terug naar B-CONNECTED

Er beweegt nogal wat in het contractuele landschap. We hadden het eerder al over de B2B wet van 2019 die belangrijke nieuwigheden met zich meebracht op het vlak van oneerlijke B2B-marktpraktijken, regels inzake misbruik van economische afhankelijkheid en onrechtmatige B2B-bedingen. De Belgische wetgever timmert ondertussen ook gestaag verder aan de hervorming van het Burgerlijk Wetboek waarvan al twee boeken in werking zijn getreden, over het bewijsrecht en de goederen.

In dit blogbericht lichten wij graag een aantal nieuwigheden toe.

Wettelijke betalingstermijn

Op 1 februari 2022 traden de meest recente wijzigingen betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties in werking. De bedoeling van de wetgever was om de bestaande achterpoortjes voor langere betalingstermijnen in te korten, zodat men sneller betaald zou worden.

Nieuw is dat de volledige termijn, inclusief de controle- en verificatietermijn, nu nog maar maximaal 60 kalenderdagen mag bedragen. Elke betalingstermijn die zou oplopen tot meer dan 60 kalenderdagen wordt nu automatisch ingekort tot de wettelijke termijn. Bovendien wordt er van rechtswege en zonder ingebrekestelling een interest aangerekend op de uitstaande bedragen en mag de schuldeiser een forfaitaire vergoeding van 40 euro toevoegen ter compensatie van de invorderingskosten. Dit alles ter bescherming van de schuldeisers die zich mogelijk in een minder sterke positie bevinden dan hun schuldenaars.

Prijsschommelingen

Naast de nieuwe wetgeving beweegt er ook veel in de economie en dat heeft een niet te onderschatten impact op contractuele relaties.

De prijsstijgingen van het afgelopen jaar kunnen kostelijk zijn voor ondernemingen die vaste prijzen aan hun klanten aanrekenen. Er bestaan echter contractuele mechanismen waarmee je kan anticiperen op prijsschommelingen en het risico bij de tegenpartij kan leggen.

Dit is de prijsherzieningsclausule en de imprevisieleer.

De herzieningsclausule

Ondernemingen kunnen stijgende kosten (deels) opvangen door contractuele prijsherzieningsclausules. We denken dan aan prijswijzigingen van grondstoffen, elektriciteit of stijgende loonkosten. Prijsherzieningsclausules zijn echter verbonden aan een aantal voorwaarden die strikt moeten worden nageleefd. Doet men dit niet, dan is de clausule nietig. Een geldige clausule voldoet aan volgende vereisten:

  • 20% van de prijs moet vanaf het begin vaststaan, slechts met betrekking tot 80% van de totale prijs mag men een prijsherziening doorvoeren;
  • De clausule moet zowel positieve als negatieve prijsstijgingen behelzen, prijsdalingen contractueel uitsluiten kan bijgevolg niet;
  • De prijsstijging is gebaseerd op objectieve parameters die beantwoorden aan reële kosten en die toe te wijzen zijn aan identificeerbare onderdelen van de totale prijs. Men houdt met andere woorden rekening met het percentage van een bepaalde kost in de totale prijs;
  • Automatische aanpassingen van de prijs op basis van een indexcijfer zijn verboden;
  • De prijsherzieningsclausule slaat op de volledige basisprijs, tenzij anders bedongen, en staat dus los van voorschotten of aanbetalingen. De btw moet berekend en voldaan worden op de finale prijs.

Als de clausule voldoet aan deze vereisten dan wordt de prijs eenzijdig aangepast zonder dat er opnieuw onderhandeld hoeft te worden. Uiteraard is de clausule slechts afdwingbaar als er sprake is van kennisname en aanvaarding van de clausule door de klant. Om discussies te vermijden is het aangewezen de klant altijd de algemene voorwaarden of de overeenkomst waarin de clausule is opgenomen te laten ondertekenen.

De imprevisieleer

Naast de prijsherzieningsclausules biedt ook de imprevisieleer mogelijk een oplossing. Die laat toe om een contract aan te passen aan nieuwe, onvoorziene omstandigheden waardoor de uitvoering van het contract voor die partij onredelijk wordt.

De meer bekende overmachtsleer biedt geen oplossing bij prijsstijgingen. Overmacht vereist immers een absolute, onmogelijke nakoming van de verbintenis. Een onderneming die lijdt onder prijsstijgingen, verkeert niet in een absoluut onmogelijke situatie, gezien verkopen met verlies of een kleine marge mogelijk is.

De drempel ligt dus lager bij de imprevisieleer. Het is voldoende dat er een onvoorzienbare gebeurtenis de nakoming van de overeenkomst voor één van de partijen in aanzienlijke mate verzwaart of bemoeilijkt. In dat geval zijn partijen verplicht de overeenkomst te heronderhandelen met het oog op een aanpassing of zelfs de beëindiging daarvan. Slagen de partijen er gezamenlijk niet in om binnen een redelijke termijn tot een akkoord te komen, dan kan de rechter het contact aanpassen of geheel of gedeeltelijk beëindigen.

Hoewel de imprevisieleer lange tijd niet werd erkend in België, is het intussen opgenomen in artikel 5.74 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek. Op overeenkomsten die na 1 januari 2023 worden afgesloten, is de imprevisieleer van toepassing zolang deze niet expliciet uitgesloten wordt.

Onze Bofidi-experten helpen je graag verder

Al deze ontwikkelingen hebben een niet te onderschatten impact op jouw contracten en algemene voorwaarden. Een contractuele check-up biedt daarom een oplossing. Heb je interesse in zo’n welzijnsscan, dan helpt het team van Bofidi experten je graag verder.

Aarzel niet om ons te contacteren via info@bofidilegal.com.

Vorige

«

Volgende

»